Diensten
De inhoud van de matroesjka's
Het proces dat het Woord met de bewoordingen van een individu verbindt, lijkt op datgene dat er ontstaat bij het openen van een set matroesjka's (het popje van de logos bevat dat van het concept; dat bevat op zijn beurt het popje van het schrift, dat dat van de stijl bevat, enz.).
In werkelijkheid gaat de kritische analyse van een tekst in de tegengestelde richting (van het idiolect naar de stijl en van het schrift tot de formulering ervan).
Van logos tot individuele stijl
Logos: Rede en inhoud van het Woord. De logos omvat alles waar iemand zich een idee van kan vormen.
Concept: Thematische en conceptuele ideevorming. Het concept wordt uitgedrukt door een geschreven boodschap.
Schrift: De boodschap verstaanbaar verwoorden. Het schrijven situeert zich op het vlak van de ideevorming en stijl.
Stijl: Specifieke morfologie van de linguïstische norm (eerste esthetische variant).
Geostijl: Linguïstische stijl die eigen is aan een geografische gemeenschap van sprekers.
Sociostijl: De sociostijl is eigen aan een homogene groep van bepaalde sprekers binnen een geolinguïstische gemeenschap (socio-economische of professionele categorie, cultuur- en leeftijdsgroepen, enz.).
Technolect: Het technolect bestaat als subgeheel in de sociostijl (taal en terminologie van een sector of bedrijf). Professioneel jargon dat wordt gekenmerkt door wetenschappelijke en technische lexicale uitdrukkingen.
Idiolect: Specifieke fraseologie van een individu op een gegeven ogenblik en in een bepaalde omstandigheid. Het idiolect vloeit voort uit het technolect en bepaalt een specifieke stijl op individueel niveau.
Individuele stijl: Individuele afwijking van de linguïstische minimumnorm: specifieke stijl van een spreker. De individuele stijl is onvermurwbaar en haast onbeperkt.
Het proces dat het Woord met de bewoordingen van een individu verbindt, lijkt op datgene dat er ontstaat bij het openen van een set matroesjka's (het popje van de logos bevat dat van het concept; dat bevat op zijn beurt het popje van het schrift, dat dat van de stijl bevat, enz.).
In werkelijkheid gaat de kritische analyse van een tekst in de tegengestelde richting (van het idiolect naar de stijl en van het schrift tot de formulering ervan).
Van logos tot individuele stijl
Logos: Rede en inhoud van het Woord. De logos omvat alles waar iemand zich een idee van kan vormen.
Concept: Thematische en conceptuele ideevorming. Het concept wordt uitgedrukt door een geschreven boodschap.
Schrift: De boodschap verstaanbaar verwoorden. Het schrijven situeert zich op het vlak van de ideevorming en stijl.
Stijl: Specifieke morfologie van de linguïstische norm (eerste esthetische variant).
Geostijl: Linguïstische stijl die eigen is aan een geografische gemeenschap van sprekers.
Sociostijl: De sociostijl is eigen aan een homogene groep van bepaalde sprekers binnen een geolinguïstische gemeenschap (socio-economische of professionele categorie, cultuur- en leeftijdsgroepen, enz.).
Technolect: Het technolect bestaat als subgeheel in de sociostijl (taal en terminologie van een sector of bedrijf). Professioneel jargon dat wordt gekenmerkt door wetenschappelijke en technische lexicale uitdrukkingen.
Idiolect: Specifieke fraseologie van een individu op een gegeven ogenblik en in een bepaalde omstandigheid. Het idiolect vloeit voort uit het technolect en bepaalt een specifieke stijl op individueel niveau.
Individuele stijl: Individuele afwijking van de linguïstische minimumnorm: specifieke stijl van een spreker. De individuele stijl is onvermurwbaar en haast onbeperkt.

De bovenstaande teksten komen uit het boek 'Vertaling, tekstaanpassing en meertalige editing', geschreven door drie bestuurders van EUROLOGOS (TCG Editions, Brussel, 1994) blz.73-163.
Klik op het boek om het gratis te downloaden in PDF-formaat, of op de taal om de presentatie in het Engels, in het Frans of in het Spaans te krijgen.


