Onderzoek & Ontwikkeling
Fragment uit een fictieve dialoog tussen twee vaders van de meertalige publishing.
Het aftreden van de Heilige Hiëronymus.


Tijdens de ‘onmogelijke’ ontmoeting tussen de Heilige Hiëronymus en Gutenberg wordt er ook over Eurologos en haar dochteronderneming Littera Graphis gepraat


“Ik heb met deze ontmoeting ingestemd,
omdat ze in onze vakgebieden
al heeft plaatsgevonden

G. - Uwe Heiligheid Hiëronymus, op deze 30ste september 2006, uw jaarlijkse feestdag, waarop de vertalers u als patroonheilige vieren, wilde ik u persoonlijk ontmoeten om u hulde te brengen.

H. - Ik heb met uw verzoek ingestemd, Meester Gutenberg, want ik heb veel - inmiddels al meer dan 500 jaar - over u horen spreken en over uw opmerkelijke uitvinding, de boekdrukkunst, die het mogelijk heeft gemaakt mijn Vulgaat, de Bijbel, over de hele wereld te verspreiden.

G. - Ik had er wel vroeger mee klaar willen zijn, Uwe Heiligheid, maar het drukken van mijn Bijbel ‘in zesendertig regels’ moest worden onderbroken, aangezien ik het proces verloor dat door mijn stille vennoot en collega tegen mij werd aangespannen …

H. - Maak u niet ongerust, mijn beste Meester, u bent immers in de herinnering blijven leven, en niet die Fust uit Mainz (die, als ik mij niet vergis, net zoals u eigenlijk Johann heette).
De Straatsburgers hebben vlakbij hun gotische kathedraal ter ere van u een monument met een prachtige fontein gebouwd: zeker een van de mooiste in Frankrijk en langs de grens, met de typische mooie rode steen uit die streek.

G. - U ben werkelijk te vriendelijk. Mij werd verteld dat u in uw enorme humanisme, wat van u een geleerde van uw tijd heeft gemaakt, ook erg barmhartig bent: ik ben slechts een bouwheer die heel zijn leven gewerkt heeft om alleen maar een pers uit te vinden, met letters in metaal en inkt waarmee zelfs de achterkant van pagina’s kan worden gedrukt.

H. - U weet, Meester, dat de geschiedenis vaak wordt bepaald door uitvinders en vaklui die tijdens ontelbare dagen nederig en eentonig werken: hun activiteiten voegen een echte meerwaarde toe aan de Schepping.

G. - Daar wordt mijn hart warm van, Heiligheid. Voor ik u ontmoette, heb ik uw werken geraadpleegd en ze hebben me met hun cultuur en uitgebreidheid verbluft. Alle grote vertaalkundigen verwijzen naar u (zo worden ze genoemd in de tijd dat het internet en de meertaligheid het communicatietijdperk domineren): uw titel van Kerkleraar is niet onterecht.

H. - Om eerlijk te zijn is hetgeen me in deze tijd, de jaren 2000, het meeste plezier doet dat wat ‘Le Soir’ in Brussel ook aankondigde: de publicatie van de Bijbel in de tweeduizend vierhonderdderde taal. Ik kan wel zeggen dat ik mijn mening hierover niet zal herzien: 2403 talen waarin het Woord van God voor de mensen op Aarde vertaald is … Dankzij u, Meester Gutenberg, is het mogelijk.

G. - Ik herken in u de vriendelijke spreektoon van de meertalige diplomaat die u gedurende minstens drie jaar in bijna alle toen bekende landen in dienst van Paus Damasus was. Ik zou evenzeer kunnen beweren dat de Bijbel dankzij de meertaligheid in het tijdperk van de zogenaamde globalisatie in bijna tweeduizend vijfhonderd talen vertaald is kunnen worden. En uwe Heiligheid staat aan de oorsprong van die beweging.

H. - Het is niet toevallig dat u, modelarbeider van de 15de eeuw, door de Aartsbisschop van Mainz in de adelstand verheven werd. Echte adel is niet erfelijk, maar het gevolg van talent en werk. Dat ik met deze ontmoeting instemde, was immers omdat ze in onze vakgebieden als het ware al heeft plaatsgevonden. In wat die moderne schrijvers, zoals we het van hierboven zien, de nieuwe aanbodmarkten voor communicatiemedia hebben genoemd.

“Wie kent er de uitvinder van het internet?”

G. - Uwe Heiligheid heeft goede ogen: de inhoud en de verpakking hebben elkaar ontmoet. De inhoud van de communicatie (die onvermijdelijk meertalig is geworden) heeft haar dragers, of ze nu gedrukt of online zijn, ontmoet en is er zelfs mee getrouwd. De echte moderne ondernemingen moeten zowel meertalige teksten als dragers van drukwerk (de prepress), internet (websites) of leesbare gegevens (cd’s en dvd’s) produceren.

H. - Ik had immers ook graag andere mensen willen ontmoeten. Zij die aan de basis staan van de moderne informatica en telematica (de informatietechnologie), zoals u aan de basis staat van de renaissance voor de boekdrukkunst, Meester Gutenberg. Wat mij tamelijk vreemd lijkt, is dat die mensen vandaag de dag vrij onbekend zijn. Wie kent er immers de uitvinder van het internet?
Tegenwoordig zegt men dat er een meervoudig vaderschap bestaat voor zowel inhouden als hun informaticadragers.

G. - Juist, Uwe Heiligheid. Vandaag de dag hebben de ondernemingen die kennis samengebracht .
Het wordt knowhow, bedrevenheid, genoemd. Het gaat vaak over nieuwe ondernemingen die verschillende productietypes in hun activiteiten geïntegreerd hebben. Die types waren vroeger gescheiden en vaak primitief (zoals men tegenwoordig zegt).

H. - Ik ben erin geslaagd om, naar wat ik heb kunnen zien, de onderneming te vinden die ook u kent, mijn beste Meester. Op uw schriftelijke uitnodiging vermeldt u immers haar website. Maar ik kende ze al langer omwille van een andere reden: behalve het feit dat ze herhaaldelijk in haar boeken over mij en mijn werken vertelt, heeft ze een nieuwe redenering ingevoerd waardoor ik zelf minder overspannen zou kunnen zijn …

G. - U, Heilige Hiëronymus, overspannen? Ik ging ervan uit dat u na uw retraite in uw klooster in Palestina - rond het einde van de vierde eeuw, als ik me niet vergis - het moderne woord ‘stress’ helemaal vergeten was.

H. - Eigenlijk ben ik al bijna dertig jaar ‘gestresseerd’. Sinds de zogenaamd ‘pragmatische’ vertaling op commercieel, technisch en publicitair vlak een hooggewaardeerde activiteit is geworden. Vroeger waren vertalingen alleen maar literair of poëtisch, soms militair, maar zelden economisch. Het was eigenlijk een marginale activiteit die diende om ‘uit te rusten’. De meertalige en intense communicatie van de globalisatie en het internet heeft dus niets in orde gebracht.

G. - Maar waarom heeft die aanzienlijke vermeerdering van meertalige communicatie tot de overbelasting van uw Persoon geleid? En hoe kunnen de Eurologos Groep en haar computergrafische dochteronderneming Littera Graphis uw ‘stress’ verminderen?

H. - De redenering van de Eurologos Groep, en haar dochteronderneming die voor de lokalisatie van websites en drukwerk instaat , is erg simpel en pertinent. Hoe kan een agentschap dat voor vertalingen en grafische vormgeving instaat meertalige publicaties met gegarandeerde kwaliteit aan haar klanten aanbieden, als ze slechts over één kantoor beschikt dat slechts in één enkel land is gevestigd? Het antwoord is gewoonweg: “Onmogelijk”.

“Ik herinner mij de periode
toen ik in Straatsburg woonde,
waar mijn Frans en Duits elkaar
begonnen te overlappen …”

G. - Ik begin het te begrijpen, maar ik ben er niet helemaal zeker van.

H. - Het is al sinds mensenheugenis bekend, maar is nog meer van toepassing in dit tijdperk waarin de meertalige communicatie blijvend geworden is: een kwalitatieve taal kan alleen maar geproduceerd worden als aan twee voorwaarden voldaan wordt.
Ten eerste moet ze geschreven worden door een - kwalitatieve, dat spreekt voor zich - redacteur (een professionele vertaler bijvoorbeeld) die alleen maar in de richting van de moedertaal werkt.
Ten tweede moet die redacteur in het land in kwestie leven om elk probleem van lexicale, fraseologische of conceptuele interferenties van de plaatselijke taal met de vreemde taal te vermijden. Als hij geëmigreerd is, komen die problemen gewoonlijk voor.

G. - En dat alles terwijl ze drukker of grafisch vormgever zijn, veronderstel ik. Ik herinner mij de periode toen ik in Straatsburg woonde, waar mijn Frans en Duits elkaar begonnen te overlappen. Mijn Duits was een dialect dat in de stad van mijn ballingschap aan de Rijn gesproken werd. Eenieder kan het overigens begrijpen.

H. - Het spreekt voor zich, zoals u zegt, dat het nutteloos is om vertaalkundigen te sommeren en naar hun omvangrijke studies van meer dan vijftig jaar oud te verwijzen. Maar de werkelijkheid is helemaal anders: omdat bijna alle vertaalbureaus over de hele wereld slechts over één lokalisatiekantoor (ze zijn praktisch altijd gemonolokaliseerd in één enkel land of in één taal) beschikken, kan taalkundige kwaliteit nooit echt gegarandeerd worden. die bureaus (99 % van het totaal) kunnen de teksten die ze van hun freelancers of concurrenten ontvangen niet controleren en valideren: ze zijn technische analfabeten.

G. - Ik heb gemerkt dat zelfs mijn grafische vormgevers of computergrafici (zoals ze genoemd worden) de neiging hebben grafische fouten te maken als ze (meertalige) teksten waarvan ze de opmaak maken niet kunnen lezen. Het verhaal achter de ‘stress’ ontgaat me echter nog.

H. - Welnu, de stelling van de Eurologos Groep en Littera Graphis is erg eenvoudig en logisch. Omdat het voor zulke vertaalbureaus onmogelijk is om hun klanten een goede vertaalkwaliteit of meertalige teksten (behalve natuurlijk in de twee of maximaal drie talen die in hun land gesproken worden) aan te bieden, moeten ze noodzakelijkerwijs mijn bovenzintuiglijke tussenkomst vragen om de freelancers en de concurrerende bureaus op miraculeuze wijze voor fouten te behoeden. Inclusief de grafische fouten - vooral de fouten die ‘pastei’ genoemd worden - waar u op zinspeelt.

“Glokalisatie is
de werkelijke oplossing,
zelfs voor software-
en websitelokalisatie”

G. - Gelukkig hebben ze mij, in wezen een gewone zondaar, nog niet heilig verklaard, als ik mij zo mag uitdrukken. Anders zou ik ook af te rekenen krijgen met religieus bijgelovige gebeden die te veel in het belang van het volk zijn, en waarmee ze pastei en allerlei grafische fouten hopen te vermijden …

H. - Hoewel ik de patroonheilige van de vertalingen ben, een thema waarover ik een groot aantal aantekeningen gemaakt heb, die vandaag de dag, zoals u zei, als vertaalkundig bestempeld zouden worden, maakt mijn passie voor orthosyntactische en semantische juistheid het in de verste verte niet mogelijk om een duidelijk onmogelijke hoeveelheid perfectie te garanderen. Vandaar de ‘stress’ en de nutteloosheid van mijn vrijwillige en mateloze inzet.

G. - En wat gaat er dan gebeuren?

H. - Ikzelf weet er niets van. Maar het is zeker dat ik mijn functie als wonderdoener neerleg. De Eurologos Groep doet moeite om zich te multinationaliseren en te ‘glokaliseren’ (zo zeggen ze het) om voor een compleet kantoor met redacteurs, vertalers, correctoren, terminologen, lokalisators, computergrafici, webmasters, informatici en projectmanagers te zorgen - omdat dat nu eenmaal logisch en verstandig is. Maar de idee om over evenveel kantoren te beschikken als er talen aan de klanten beloofd worden, wordt door haar concurrenten, die met hun eenzame kantoortje ontwijkend blijven reageren, geenszins gevolgd. En dat terwijl ze aan hun klanten alle talen ter wereld blijven aanbieden!

G. - De ‘glokalisatie’ (ik heb de moderne Californische term, een samentrekking van de woorden globalisatie en lokalisatie, die erg afdoend en pertinent is, ook door de Eurologos Groep zien herhaald worden) is de werkelijke oplossing, voor - naast drukwerk - zelfs software- en websitelokalisatie.
Zoals u ziet, gebruik ik die moderne termen ook: al wat ik moest doen, was de glossaria lezen die op de websites van Littera Graphis en Eurologos, de Brusselse moederonderneming, staan.

H. - Ik geef toe dat de strategische oplossing voor die sector alleen maar de multinationalisatie van ondernemingen, of de ‘glokalisatie’, zoals de moedige mensen van de Eurologos Groep en haar dochterbedrijf Littera Graphis het zeggen, kan zijn. Des te meer omdat ik net het zoveelste goocheltrucje van een bepaald aantal van die ‘brievenbussen’ ontdekt heb: het is daarom dat die publishingkantoren in het vak meertalig gemonolokaliseerd worden genoemd. Ze beweren dat ze hun publicaties (vertalingen en internetdragers of drukwerk) voor de laatste revisie vóór de aflevering uitbesteden. De klanten zijn tevreden, of doen alsof ze tevreden zijn met die oplossing, die in feite geen oplossing is.

“Die goocheltrucs stemmen
overeen met het aanplakken van
verblindende reclame voor ISO 9000”

G. - En waarom, uwe Heiligheid? Is het niet verstandig om de kwaliteit een laatste keer te controleren voor het afleveren?

H. - Ik weet niet veel over grafische vormgeving, lay-out of opmaak (alhoewel!), maar wie zal er, zeker in termen van tekstualiteit, redactie en vertaling, de finale tekst bepalen na de zogenaamd uitbestede revisie? Meestal gaat het om een aangekondigde oplossing die eigenlijk niet wordt uitgevoerd, want - als aparte dienst - kost het natuurlijk veel en maakt het de leveringstermijn bijna altijd langer dan mogelijk …
Maar zelfs wanneer de revisie klaar is, kan ze niet gevalideerd worden omdat de revisoren (vooral de revisoren, zeggen vertaalkundigen die erg bekwaam zijn in ‘fouten door hypercorrectie’) zich ook kunnen vergissen. De kwaliteitscontrole kan uitbesteed worden. Alles kan uitbesteed worden, behalve de finale controle.

G. - Ik ben erg tevreden dat u, Heiligheid, die goocheltrucjes ook heeft gevonden. Ze lijken bijvoorbeeld op de verblindende affiches voor ISO 9000. Veel grafische studio’s en websiteontwikkelaars gebruiken op een vergelijkbare manier de verwerving van de ISO-norm, die noch taalkundige kwaliteit, noch grafische kwaliteit waarborgt. Je kan je afvragen of de klanten niet door hun eigen baas misleid willen worden …

Het gesprek tussen Gutenberg en de Heilige Hiëronymus zet zich verder. We hebben de microfoons uitgeschakeld. Zoals je wel kan denken, gaan de twee grote persoonlijkheden, als twee bekommerde en moderne vaklui, pertinent verder met hun gepassioneerde dialoog.

Fra Nico Ornato

TRANSLATING AND PUBLISHING WHERE THE LANGUAGES ARE SPOKEN