|
De samentrekking van globalisatie en lokalisatie: er is geen tegenspraak!
Het woord “glokalisatie” is zeer geliefd in het dertigtal kantoren van de Eurologos Groep. Het drukt, op een zeer
synthetische manier en ongeacht de locatie, het standpunt uit van elk van de kantoren van de groep: het woord
“glokalisatie” werd in het begin van de jaren ’90 door de Californiërs uitgevonden, door de samentrekking van
“globalisatie” en “lokalisatie” te creëren. Naar onze mening gaat het hier om het mooiste woord dat er sinds twintig
jaar rond het concept “mondialisering” is uitgevonden: het heeft eigenlijk alle eindeloze en virulente discussies pro
of contra de globalisatie vergeefs gemaakt, want het neologisme omvat tegelijkertijd de twee concepten. Er is geen echte
globalisatie als dit aspect niet ter plaatse opgenomen wordt: precies het strategische principe van productie en
uitbreiding van de Eurologos Groep!
De meertalige taalcontrole mag alleen “glokaal” zijn
Om pertinent alle talen ter wereld te produceren, dat wil zeggen om werkelijk globaal te zijn, moet men immers over evenveel kantoren beschikken als het aantal talen beloofd aan de klant.
Hoe kunnen we een tekst in het Japans afleveren als we niet over een operationeel kantoor – met zijn vertalers,
revisoren, terminologen, lokalisatoren en projectmanagers – in Japan beschikken?
De kwaliteit is niets anders dan de toepassing van het controleprincipe en de correctie. Maar als we voor de locatie tot één enkel
land begrensd zijn, hoe kunnen we het “kwaliteitsprocédé van ISO” dan controleren en in de praktijk waarmaken? De enige taal (of
de twee talen) die pertinent gecontroleerd en bekrachtigd kunnen worden, is de taal (of zijn de talen) van het land waar dit kantoor
gevestigd is.
|
Dat is waarom spreken over de “taalkwaliteit in meertaligheid” puur bedrog is als men niet over een groep
van geglokaliseerde, namelijk “globale” en “lokale”, kantoren beschikt. Op die manier kunnen de multinationale
kantoren eveneens de plaatselijke geostijl van de talen verzekeren. Hoe produceren we bijvoorbeeld het Argentijns
en niet het Castiliaans zonder een kantoor gesitueerd in Argentinië? Het Braziliaans of het Argentijns – zoals andere
talen zogenaamde zussen – verschillen steeds sterker van het Lusitaanse Portugees en het Iberische Spaans.
Na enkele jaren hebben geëmigreerde vertalers veel problemen met de taalinterferenties
Waarom “ter plaatse” produceren? Eerst en vooral omwille van de taalkwaliteit, die afhankelijk is van de keten van
“vertaling-redactie/revisie/terminologische nauwkeurigheid/bekrachtiging/lokalisatie”, en die slechts mogelijk is via
een kantoor gesitueerd in het land van de doeltaal. Maar er is ook een andere reden die vaak genegeerd of
ondergewaardeerd wordt. Om hun taaldiensten goed uit te oefenen, te controleren en te bekrachtigen, moeten de vertalers,
revisoren, terminologen en informatica-lokalisatoren (inclusief de infografische ontwerpers) in het land van de brontaal
leven. Anders gezegd, het is oppassen voor de taalinterferenties en –uitdrukkingen van de uitgewekenen die daarbij ook
nog gescheiden leven van de natuurlijke evolutie van hun moedertaal in hun vaderland.
De enige oplossing is dus om kantoren te openen in deze landen. Deze oplossing is eveneens de meest economische: de
“glokalisatie” laat toe de kosten (dus de prijzen) te verlagen en tegelijkertijd de maximale kwaliteit te behouden.
De kantoren van de Eurologos Groep zijn er zeer trots op dat zij zich kunnen beroemen op deze essentiële troef van de
meertalige productie: hun “glokalisme”.
|