
Redactie : Hoe kan de vraag naar lokalisatie op de internationale markten beoordeeld worden?
Sascha Leib :De bedrijven die softwareprogramma’s vervaardigen, zijn onderworpen aan een zeer felle concurrentie op alle gebruikersmarkten. Deze concurrentie is gebaseerd op drie factoren: ten eerste, de lokalisatietalen (een softwareprogramma dat niet gelokaliseerd is in de talen of geostijlen van de doelmarkten blijft altijd zwaar gehandicapt en is vaak niet eens competitief); ten tweede, de snelheid van deze lokalisatie (een niet heel korte termijn verhindert de gunstige lancering van het softwareprogramma dat zelf steeds een zeer korte levensduur heeft); en ten derde, de prijs van deze lokalisaties, die altijd zeer bescheiden, of met andere woorden economisch interessant, moet blijven (zo niet, is men geneigd niets te lokaliseren, zelfs als dit het risico met zich meebrengt zijn eigen concurrentiekracht radicaal te verminderen).
De handicap van de onvertaalbaarheid, de snelheid en de prijs
R. : Hoe kunnen deze drie concurrentiefactoren opgelost worden?
S.L. : De aanbodmarkt is over het algemeen weinig aangepast aan deze onvermijdelijke eisen van de vraagmarkt. Zelfs wanneer een lokalisatiebedrijf het probleem van het technische up-to-date zijn, zowel inzake knowhow als inzake technologisch zeer geavanceerde installaties, opgelost heeft, blijft het onbekwaam om de snelheid van de
|
uitvoering, de homogeniteit van de vertaling en de nodige bezuinigingen in verkoopprijs echt te garanderen. De reden voor deze drie zwaktes is helaas structureel: deze lokalisatiebureaus zijn nagenoeg allemaal slechts gelokaliseerd in één enkel land, en zijn daarom onbekwaam om meertalige lokalisaties aan te kunnen.
Het is een feit dat er internationale bedrijven bestaan (minder dan 1 %), die zoals Eurologos in de hele wereld "geglokaliseerd" zijn en die in staat zijn om voor snelheid, controle en taalvalidatie te zorgen op basis van processen van echte homogenisatie en zeer lage prijzen. Deze lokalisatiemultinationals besparen de klanten lange controle- en correctieprocedures en bieden hun tegelijkertijd prijzen die niet lager kunnen: er wordt immers rechtstreeks ter plaatse geproduceerd, in de eigen kantoren! Bovendien moet men maar zo denken: hoe kan een op één plaats gelokaliseerd bureau beweren op een adequate manier talen en geostijlen van andere landen te kunnen garanderen?
R. : Waarom bestaat deze kolossale ontoereikendheid tussen de vraagmarkt en de aanbodmarkt?
S.L. : Ondanks het feit dat de vertaalsector de oudste van de wereld is (het beroep waarbij we hier onvermijdelijk aan denken, komt immers pas op de tweede plaats…), is hij nog steeds uitermate primitief: er wordt beweerd dat men de klant meertalige teksten kan leveren, terwijl men maar in staat is één enkele te garanderen, namelijk de taal die in het eigen land gesproken wordt. Hoogstens zou men soms twee talen kunnen garanderen, de talen die eventueel gesproken worden in de regio waar het bureau zelf gevestigd is. Vertalers en lokalisatoren-informatici moeten zij aan zij kunnen werken voor dezelfde gemeenschappelijke en dagelijks gesproken taal. Het is pas onder deze voorwaarde dat men zowel teksten als computerintegraties echt kan controleren en valideren (en dus corrigeren en de kwaliteit van de lokalisatie aan de klant garanderen).
De websites die de klant niet aanspreken
|
R. : Laten we het nu even hebben over de lokalisaties van websites.
S.L. : De realisatie van meerdere linguïstische versies – in talen en geostijlen – van websites toont de hierboven aangehaalde argumenten nog duidelijker aan. De behoefte om in meerdere talen te communiceren, hetgeen de bedrijven en instellingen van de globalisatie proberen, neemt meer en meer toe. Een markt kan slechts overtuigd of veroverd worden als men zijn taal spreekt. De markten van Brazilië bijvoorbeeld overtuigen, gebeurt voortaan door gebruik te maken van het Braziliaans en niet het Lusitaans-Portugees dat in Portugal gesproken wordt (dat steeds meer verschilt van de geostijl van Zuid-Amerika). Een bedrijf dat een nieuwe markt wil veroveren, moet eerst beschikken over een website waarmee de klant aangesproken wordt in zijn eigen moedertaal en geostijl.
De toekomst van de websites zal dus meertalig zijn. En het zal normaal zijn dat openbare bedrijven en instellingen over 10 tot 15 communicatietalen beschikken. Sommige onder hen, de meest geglobaliseerde, zullen zelfs over het dubbele moeten beschikken.
De middelen om dit te verwezenlijken? Snelle uitvoering (denken we aan de update van websites) en schappelijke (zelfs zeer lage) prijzen. En natuurlijk de absolute betrouwbaarheid van de lokalisaties. Met andere woorden, beschikken over evenveel kantoren als er te lokaliseren talen en geostijlen zijn. Eurologos is van plan om van 30 tot meer dan 40 kantoren in de hele wereld te gaan tegen 2007-2008.
R. : En de spitstechnologieën?
S.L. : Alleen de echt mondiale, "glokale" organisaties, zoals Eurologos, zullen investeringen kunnen doen in technologieën en knowhow om in staat te zijn de (dagelijkse) communicatiebehoeften aan te kunnen. En dit natuurlijk met snelle meertalige producties tegen goedkope prijzen. Bovendien is het nu al zover. De bedrijven die niet multinationaal zijn, kunnen enkel nog de achterstand bepalen die ze al opgelopen hebben.
|